Vleermuizen verblijven graag onder dakpannen, in een spouwmuur en in andere plekken met genoeg ruimte. Ze moeten daar goed in en uit kunnen vliegen. Omdat vleermuizen beschermde dieren zijn, moet je bij een verbouwing voorkomen dat je dit soort ruimtes dichtmaakt of dat vleermuizen niet meer binnen kunnen komen. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor het aanbrengen van spouwmuurisolatie.
Je bent dus verplicht om bij bestaande bouw vleermuisverblijven te behouden bij renovatie. Heb je een ontheffing dan moet je vleermuizen de tijd geven om nieuwe plekken te accepteren. Onthoud dat een grotere behuizing altijd beter is. Je kunt er ook voor kiezen nieuwe vleermuisverblijven te creëren in of aan de gevel, of bijvoorbeeld in de schoorsteen.
Als het mogelijk is kun jij bij nieuwbouw aan de bouwer meegeven dat je een plek voor vleermuizen wilt. Een geschikte ruimte kun je maken in dakoverstekken met toegangsopeningen op minimaal 3 meter hoogte. Aan je gevel of op hoge plekken bij bomen kun je vleermuiskasten ophangen. Overstekende dakpannen of invliegopeningen onder de nokvorst bieden toegang tot de ruimte onder dakpannen.
Sierschoorstenen en spouwmuren kunnen dienen als verblijfplaatsen. Zorg voor ruwe wanden waar vleermuizen zich kunnen vasthouden bij het landen en aan de binnenkant. Ruimtes achter boeiboorden, windveren, loodslabben en gevelbetimmering kunnen geschikt zijn.
Hang vleermuiskasten op de juiste manier op. Daarvoor moet je letten op de afmetingen en plaatsing, afhankelijk van het type verblijf. Zorg voor een vrije uitvliegroute, vermijd de volle zon en zorg dat ze buiten het bereik van katten hangen. Je kunt vleermuiskasten beter vrij laten van gevelgroen, dat vinden vleermuizen niet prettig.
Voor vleermuizen kun je ’s nachts beter zo min mogelijk licht rond je huis laten schijnen. Ga dus voor minimale verlichting die zo zwak mogelijk schijnt. Voorkom fel en flitsend licht op hoogte. Kies voor verlichting die van boven naar beneden schijnt en plaats de verlichting liefst zo laag mogelijk.